|
Op 7
juni 1948 vertrokken de kinderen van school N en school O met hun
meesters en juffen naar Ameland. “Kamp Winterswijk” was bevolkt.
Een
week ervoor waren de tenten opgezet en werd de pomp geslagen door
Rijkswaterstaat om water bij het kamp te krijgen. “Kamp Winterswijk”
bestond uit zes kindertenten, twee bagagetenten, twee leiderstenten, een
keukentent en een ‘kantoortent’ voor de bonnenadministratie en de
levensmiddelenopslag. De tenten werden gemaakt in Rotterdam met het
canvas zeildoek, dat geleverd werd door Meyerink&Zn. Als de tenten klaar
waren werden ze naar Winterswijk gestuurd. De keukentent was een oude
Canadese legertent met bar weinig lichtinval, kisten (soms met planken
erover) deden dienst als tafel en stoelen. Uit Winterswijk waren twee
dames meegekomen, zij bleven 6 weken lang op Ameland om de groepen
kinderen van eten te voorzien.
De
jongens moesten elke dag bij de pomp (ruim 100 meter van het kamp)
canvas waterzakken vullen en met emmers heen en weer sjouwen.Voor het
wassen werden canvas wasbakken gebruikt; het wassen gebeurde in de open
lucht, eerst mochten de meisjes daarna de jongens. De toiletten
bestonden uit twee houten keetjes met een deur met een hartje erin.Ze
waren voorzien van een zitplank met gat en stonden boven een kuil. Elke
vertrekkende groep zorgde voor een nieuwe kuil voor de volgende groep.
Iedere week kwam er een nieuwe groep eerst school M en Huppel, gevolgd
door de Jan Ligthartschool, school C- Brinkheurne en Miste,Corle en
Ratum. Het kamp bleef staan voor een groep ULO-leerlingen,die daarna
hielpen met de afbraak.
Omdat
de bootverbinding tussen Holwerd en Ameland nogal onregelmatig was (er
werd alleen gevaren met hoogtij) moest een enkele groep al voor 4 uur ’s
morgens vertrekken uit Winterswijk. Dat was volgens de leiding wel erg
vervelend en men besloot in 1949 naar Vlieland te gaan. De reis werd nu
wel iets anders. Men vertrok niet meer vanaf een schoolplein, maar vanaf
garage Walhof aan de Schoolstraat. Om half acht elke dinsdagmorgen
werden de kinderen, leiding en plunjezakken met de bus naar Harlingen
gebracht en gingen ze aan boord: de boot naar Terschelling. Op de
Waddenzee werd er overgestapt op de ‘Vlieland’, die iedereen naar
Vlieland bracht. Daar werden de plunjezakken door paard en wagen
weggebracht naar het kamp. Camping Stortemelk bestond toen nog niet,
maar op hetzelfde terrein stond Staatsbosbeheer kamperen wel toe.
Een
dagindeling:
Voor
de kinderen was in elke kampweek de zondagavond iets bijzonders. Dan
werd er een groot kampvuur gemaakt waarbij liederen werden gezongen en
er een spannend verhaal door één van de leerkrachten werd verteld.
Excelsior begeleidde de laatste groep bij thuiskomst van de Harmonie tot
aan de Markt. Hierbij werden alle kinderen die aan het vakantiekamp
hadden deelgenomen uitgenodigd. De hele stoet werd op de Markt
toegesproken door de wethouder van Onderwijs.
Fotoalbum
met foto's van vroegere kampen
|